Naw-Rúz

Bahá’ís vieren het lentebegin van een nieuwe tijd

Samen met alle volkeren uit het glorieuze verleden van het Grote Perzische Rijk vieren bahá’ís op 21 maart Naw-Rúz, Perzisch Now Rooz. Die dag begint van oudsher met de lente en markeert het begin van een nieuwe jaarloop van de Aarde om de Zon – Nieuwjaar dus.

Dat bahá’ís dat moment meevieren met vele volkeren van het noordwesten van China tot aan de Kaukasus, de Krim en zuidelijke delen van de Balkan duidt op hun visie dat alle Grote leraren van de mensheid Manifestaties van God zijn – ook Zarathustra uit Urmia aan de zoutmeren van Anatolië. Hij wordt als de Perzische profeet gezien die mogelijk vóór Mozes leefde en nog een soort dualisme leert van God en Satan die het christendom later overneemt, een wereld van licht en donker, goed en kwaad en van engelen en duivels ertussenin.

Bahá’ís belijden een absoluut monotheïsme, zonder zich een voorstelling te maken van God, een denkbeeld dat alleen gevestigd is op de openbaringen van opeenvolgende manifestaties die het beeld stapsgewijs duidelijker maken, met nu Bahá’u’lláh die een godsbeeld brengt waar ook alle natuurwetenschappelijke denkbeelden van heden in passen.

Ook de levensvragen en toekomstvragen komen in die leer aan de orde. Geloof bezet daardoor een vertrouwenspositie, ook voor de kritische geest. Mensen kunnen erin hoogintelligent en begrijpend zijn zonder door dogma’s te worden gehinderd. Blijdschap behoort tot de kenmerken van de mens die zich met hart en ziel geborgen voelt. In dat kader is Naw-Rúz een feestdag van een nieuw leven, in een nieuwe religie die uit het verre verleden komt en om de Zon draait die warmte, licht en inzicht geeft.

Scroll naar boven