200-jarige geboortedag Bahá’u’lláh

Miljoenen mensen in meer dan 100.000 steden en dorpen over de hele wereld vieren de 200-jarige geboortedag van Bahá’u’lláh.

Bahá’u’lláh is in 1817 in Perzië geboren. Bahá’u’lláh betekent “Glorie van God”, de titel die Hij kreeg toen Hij in het midden van de negentiende eeuw door God werd opgeroepen om een nieuwe Openbaring aan de mensheid te brengen. Veertig jaar lang vloeiden er duizenden verzen, brieven en boeken uit Zijn pen. In Zijn Geschriften zette Hij een raamwerk uiteen voor de ontwikkeling van een wereldwijde beschaving dat zowel de geestelijke als de materiële dimensies van het menselijk leven omvat.

Bahá’u’lláh onderging veertig jaar lang gevangenschap, marteling en verbanning, omdat Hij de nieuwste Boodschap van God aan de mensheid had gebracht. Tegenwoordig worden Zijn leven en Zijn missie over de gehele planeet steeds bekender. Miljoenen mensen leren nu Zijn Leringen toe te passen in zowel hun persoonlijke als in hun gemeenschappelijke leven voor de verbetering van de wereld.

De vraag die de wereldwijde bahá’í-gemeenschap bezighoudt is hoe zij het best kan bijdragen aan het proces van beschavingsopbouw naarmate haar middelen toenemen. Zij ziet twee dimensies in haar bijdrage. De eerste houdt verband met haar eigen groei en ontwikkeling, en de tweede met haar betrokkenheid bij de samenleving als geheel.

Met betrekking tot de eerste trachten bahá’ís over de hele wereld, in de meest bescheiden omgevingen, een patroon van activiteit en de bijbehorende bestuurlijke structuren te vestigen die het beginsel van de eenheid der mensheid belichamen alsook de overtuigingen die daaraan ten grondslag liggen, waarvan er hier slechts enkele ter illustratie worden genoemd:

  • dat de rationele ziel geen geslacht, ras, etniciteit of klasse heeft, een feit dat alle vormen van vooroordeel onduldbaar maakt; niet in de laatste plaats die welke vrouwen ervan weerhouden hun potentieel waar te maken en zich op diverse gebieden schouder aan schouder met mannen in te spannen;
  • dat de grondoorzaak van vooroordelen onwetendheid is, welke kan worden weggenomen door educatieve processen die voor de gehele mensheid kennis toegankelijk maken, en ervoor zorgen dat het geen eigendom van een bevoorrechte minderheid wordt;
  • dat wetenschap en religie twee complementaire systemen van kennis en praktijk zijn waarmee mensen de wereld om hen heen kunnen gaan begrijpen en waardoor beschaving vooruitgaat;
  • dat religie zonder wetenschap spoedig in bijgeloof en fanatisme ontaardt, terwijl wetenschap zonder religie het werktuig van grof materialisme wordt;
  • dat ware welvaart, de vrucht van een dynamische samenhang tussen de materiële en geestelijke levensvoorwaarden, steeds verder buiten bereik zal raken zolang consumentisme blijft functioneren als opium voor de menselijke ziel;
  • dat rechtvaardigheid, als een vermogen van de ziel, de mens in staat stelt om waarheid van leugen te onderscheiden en dient als leidraad bij het onderzoek van de werkelijkheid, zo essentieel als bijgelovige overtuigingen en achterhaalde tradities die eenheid belemmeren moeten worden uitgebannen;
  • dat gerechtigheid, wanneer deze op de juiste wijze bij maatschappelijke vraagstukken wordt toegepast, het allerbelangrijkste instrument voor de vestiging van eenheid is;
  • dat werk dat wordt uitgevoerd in de geest van dienstbaarheid aan de medemens een vorm van gebed is, een middel om God te aanbidden.

Om idealen als deze in werkelijkheid om te zetten en een transformatie op het persoonlijk vlak teweeg te brengen, en de fundamenten te leggen van passende maatschappelijke structuren, is voorwaar geen eenvoudige taak. Toch is de bahá’í-gemeenschap toegewijd aan het langetermijnproces van leren dat deze taak behelst, een onderneming waaraan steeds meer mensen van alle rangen en standen, van elke culturele achtergrond, worden uitgenodigd deel te nemen.

Bahá’í World News Service

Viering 200ste geboortedag van Bahá’u’lláh



Scroll naar boven