Honderdste sterfdag ‘Abdu’l‐Bahá wordt herdacht in Haifa, in Bahá’í‐tempels en wereldwijd

Honderdste sterfdag ‘Abdu’l‐Bahá wordt herdacht in Haifa, in Bahá’í‐tempels en wereldwijdVertegenwoordigers van bahá’í‐gemeenschappen over de hele wereld zijn deze week in Haifa (Israël) bijeen om de honderdste sterfdag te gedenken van ‘Abdu’l‐Bahá, zoon van Bahá’u’lláh, de stichter van het Bahá’í‐geloof. Onder hen zijn Raadgever Paul Verheij en twee leden van de Nationale Geestelijke Raad van Nederland.

Ook in bahá’í‐tempels, die Huizen van Aanbidding worden genoemd en die op alle continenten in de wereld te vinden zijn, worden voorbereidingen getroffen om de honderdste sterfdag van ‘Abdu’lBahá te gedenken met speciale programma’s, tentoonstellingen, artistieke presentaties en discussies op het tempelterrein; hierbij worden thema’s onderzocht die verband houden met zijn leven van dienstbaarheid aan de mensheid en met zijn inspanningen universele vrede te bevorderen.


Deze tempels stonden de afgelopen tijd in het hart van hun gemeenschappen als bakens van hoop en inspireerden mensen tot gebed en dienstbaarheid, vooral tijdens de pandemie. Van de bahá’í‐tempels over de hele wereld heeft het Huis van Aanbidding in Wilmette, Verenigde Staten, een unieke band met ‘Abdu’l‐Bahá. Hij was namelijk direct betrokken bij de planning en plaatste de eerste steen tijdens zijn historische verblijf in Noord‐Amerika in 1912. 

In een bericht dat negen jaar geleden de honderdste verjaardag van die gedenkwaardige gebeurtenis markeerde, schreef het Universele Huis van Gerechtigheid, het hoogste bestuursorgaan binnen het Bahá’í‐geloof: ‘ ‘Abdu’l‐Bahá, die voor een gehoor van honderden mensen stond, tilde een spade op en opende de grasmat die het tempelterrein in Grosse Pointe, ten noorden van Chicago, bedekte. Degenen die waren uitgenodigd om op die lentedag met hem de eerste steen te leggen voor de tempel, hadden verschillende achtergronden: Noors, Indiaas, Frans, Japans, Perzisch, inheems Amerikaans, om er maar een paar te noemen. Het was alsof het Huis van Aanbidding, toen nog niet gebouwd, de wensen van ‘Abdu’l‐Bahá vervulde, uitgedrukt aan de vooravond van de ceremonie, voor elk van deze gebouwen: 

Dat de mensheid een plaats van ontmoeting zou vinden’ en ‘…dat de proclamatie van de eenheid van de mensheid zal uitgaan van haar open voorhoven van heiligheid’.’

 Bron: Bahá’í World News Service

Scroll naar boven