Door opleggen gevangenisstraf aan bahá’ís uit Shiraz scheiden Iraanse autoriteiten kinderen van hun ouders

DEN HAAG, 24 juni 2022 – In een campagne van de Iraanse autoriteiten om de bahá’í-gemeenschap in Shiraz te ontwortelen, werd eerder in juni een duistere stap voorwaarts gezet, toen afdeling 1 van het Revolutionaire Hof 26 bahá’ís veroordeelde tot in totaal 85 jaar gevangenisstraf. Elke persoon werd veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van twee tot vijf jaar.

Een groep van 26 bahá’ís in Shiraz is veroordeeld tot gevangenisstraffen en verbanningen – waardoor ouders van kinderen worden gescheiden

Er werden ook reisverboden uitgevaardigd en bevelen om zich dagelijks te melden bij een provinciaal inlichtingenbureau. Een aantal bahá’ís ontving bovendien in totaal 24 jaar interne ballingschap – elke individuele verbanning voor twee jaar.

Veel van de 26 tot gevangenisstraffen veroordeelden zijn koppels met jonge kinderen.

“Hoe kunnen ouders voor hun jonge kinderen zorgen als ze onterecht worden opgesloten?” zei Bani Dugal, hoofdvertegenwoordiger van de Baha’i International Community bij de Verenigde Naties. “Het scheiden van kinderen van ouders is onmenselijk en bedoeld om de Iraanse bahá’í-gemeenschap te kwellen en te vernietigen. En net zoals deze ouders een verantwoordelijkheid hebben jegens hun kinderen, geldt dat ook voor de Iraanse regering, voor al haar burgers en in het bijzonder voor haar kinderen. De regering begaat een groot onrecht tegen deze kinderen door ze van hun ouders te scheiden.”

Elk van de 26 bahá’ís werd beschuldigd van samenkomst en samenzwering “met als doel het veroorzaken van intellectuele en ideologische onzekerheid in de moslimmaatschappij”. De bahá’ís waren in feite samengekomen in Shiraz als onderdeel van hun inspanningen om in de behoeften van de lokale gemeenschap te voorzien en om de ernst van de watercrisis in de regio te beoordelen.

“De veroordeling van 26 onschuldige bahá’ís tot lange gevangenisstraffen, ballingschap en reisverboden is de laatste ontwikkeling in meer dan 40 jaar systematische vervolging van Iraanse bahá’ís”, voegde mevrouw Dugal eraan toe. “Twee jaar geleden werden 40 bahá’ís in Shiraz voor de rechtbank gedagvaard, waar een ambtenaar dreigde de gemeenschap in de stad te ‘ontwortelen’. We zijn verontrust dat de autoriteiten nu hun dreigement uitvoeren en het enkele feit een bahá’í te zijn criminaliseren.”

Yekta Fahandezh Saadi, Lala Salehi, Bahareh Norouzi, Rezvan Yazdani en Mojgan Gholampour, werden elk veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf onder de tazir-wet, verboden het land te verlaten door hun paspoort voor twee jaar in te leveren en zich twee jaar lang dagelijks te melden bij de provinciale inlichtingendienst.

Nabil Tahzib, Sahba Moslehi, Behnam Azizpour, Esmail Rousta, Ramin Shirvani en Saied Hasani werden elk veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf onder de tazir-wet, een verbod van twee jaar om het land te verlaten door inlevering van hun paspoort en gedwongen verbanning uit Shiraz voor Nabil Tahzib in Izeh, Sahba Moslehi in Ferdows, Behnam Azizpour in Dehdasht, Esmail Rousta in Bafq, Yazd, Ramin Shirvani in Baghmalek, Saied Hasani in Lordegan, in combinatie met dagelijkse melding bij de provinciale inlichtingendienst.

Maryam Eslami, Parisa Rouhizadegan, Marjan Gholampour, Shadi Sadegh Aqdam, Ahdieh Enayati, Samareh Ashnaie, Nasim Kashaninejad, Sahba Farahbakhsh en Noushin Zenhari werden elk veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf onder de tazir-wet, en mogen het land niet verlaten door hun paspoort voor twee jaar in te leveren, in combinatie met dagelijkse melding bij de provinciale inlichtingendienst gedurende twee jaar.

Mahyar Sefidi, Varqa Kaviani, Shamim Akhlaghi, Farzad Shadman, Farbud Shadman en Soroush Ighani werden elk veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf onder de tazir-wet, mogen het land niet verlaten door inlevering van hun paspoort en worden verbannen voor twee jaar met gedwongen verblijf voor Mahyar Sefidi in Lamerd, Varqa Kaviani in Kashmar, Shamim Akhlaghi in Semirom, Farzad Shadman in Minab, Farbud Shadman in Firuzabad en Soroush Ighani in Mehriz, in combinatie met melding bij de provinciale inlichtingendienst gedurende twee jaar.

De bahá’ís, de grootste niet-islamitische religieuze minderheid van Iran, worden sinds de Islamitische Revolutie van 1979 in Iran vervolgd. In een geheim memorandum dat in 1991 door de Iraanse Opperste Leider is goedgekeurd, wordt opgeroepen om de “vooruitgang en ontwikkeling” van de bahá’í-gemeenschap te blokkeren door hen van de universiteiten te weren, hun vermogen om in hun levensonderhoud te voorzien te verstoren en door middel van andere discriminerende middelen.

Scroll naar boven